Heleen en de redding van de horeca

Op zo’n anderhalve meter van de voordeur staat Heleen. Het witte mondmasker dat ze voor haar gezicht draagt is door haar moeder genaaid naar een patroon dat de afgelopen weken op Facebook viraal ging. Heleen’s mondkap is te groot en lijkt elk moment van haar gezicht te kunnen zakken, waardoor de situatie iets vrolijks heeft.

Dat vrolijke gevoel komt ook door Heleen zelf. De eigenaresse van bistro Regent is zo’n typische horeca-onderneemster die gezegend is met een benijdenswaardige opgewektheid. Ruim een jaar geleden openden Heleen en haar partner Robbert hun restaurant. Na een moeilijke opstartfase kwam de loop er goed in. En toen kwam corona. Net zoals duizenden andere restaurateurs in ons land zijn ze drie weken geleden noodgedwongen overgestapt op maaltijdbezorging. Maar volgens mij hebben Heleen en Robbert geen seconde bij de pakken neergezeten. Op zondagavond was de sluiting van de horeca een feit, op de woensdag erna scheurde Heleen, nu tevens eigenaresse van een heuse delivery, haar rondjes door de stad: mondmasker voor, maaltijdzakken op de achterbank en gaan met de banaan. De zaken lopen goed, Heleen heeft een hoge gunfactor.

‘Daar ben ik dan met jullie eten!’ roept ze vrolijk vanaf de voorgeschreven afstand. Op de stoep staat een bruine papieren zak. In de zak zit ganzenleverterrine, boeuf bourguignon en een citroentaartje, keurig in plastic bakjes verpakt. (Heleen’s bistrokeuken biedt troost in deze troosteloze tijd. Het coronavirus gaat niet alleen in onze longen zitten, maar ook tussen onze oren). Heleen zegt dat ze geen tijd heeft om te kletsen. Op de achterbank van haar afgetrapte autootje staan nog tientallen bruine zakken die bezorgd moeten worden bij de hunkerende inwoners van deze desolate stad. Daar gaat ze: mondmasker voor, op weg naar haar volgende adres.

Volgens Chris Muller, professor Hospitality aan de universiteit van Boston en spreker op het afgelopen FSIN Food500 Congres, zou dit wel eens de tijd kunnen zijn waarin we voor het eerst erkennen hoe belangrijk de gastvrijheidsindustrie is voor ons allemaal.

In Nederland is de bijdrage van de horeca aan het bbp de afgelopen jaren sterk gestegen, blijkt uit cijfers van Koninklijke Horeca Nederland. Tussen 2008 en 2018 groeide het bbp met 23 procent naar een omvang van 693 miljard euro. In die periode groeide de horeca met 61 procent van 9 naar 15 miljard euro.  Het aantal werkzame personen in de horeca steeg in die periode met 28 procent naar rond de 450 duizend personen, terwijl het aantal werkzame personen in de gehele economie met 5 procent steeg. Maar behalve een economische factor van belang is de horeca ook de sociale superglue die onze geïndividualiseerde samenleving aan elkaar plakt. Uit onderzoeken van het FSIN blijkt dat buitenshuis eten niet meer weg te denken is uit het dagelijks leven van met name jongere generaties. Meer dan ooit is de horeca de huiskamer van onze samenleving: de plek waar mensen bijeenkomen om samen het leven te vieren.

Die prachtige branche ligt nu aan de beademing door de maatregelen die de overheid heeft getroffen om het corona-virus in te dammen. In het ergste geval, schrijft Muller in zijn bevlogen essay, zullen tienduizenden restaurants hun deuren voorgoed moeten sluiten en verliezen talloze chefs, serveerders en serveersters, afwassers en eigenaren hun broodwinning. Maar het kan ook anders uitpakken. In het beste geval realiseren we ons dat restaurants en cafés, pizzeria's, koffietentjes en wijnbars, niet vanzelfsprekend zijn en van wezenlijk belang voor de wereldeconomie van de 21e eeuw, net als de miljoenen mensen die er elke dag werken.

Muller put hoop uit het enorme pakket steunmaatregelen van de Amerikaanse overheid: die zijn heel anders dan de stimuleringsmaatregelen die werden gebruikt in de economische reddingsoperaties van 2008/2009. Die waren gericht op grote banken en autofabrikanten. Deze keer is er de publieke erkenning dat de werknemers en de vele kleine bedrijven die werk aan hen bieden, het primaire doel moeten zijn van welk stimuleringspakket dan ook. De zwaar getroffen horeca, het toerisme en de luchtvaart voorop.’

Ook de Nederlandse overheid probeert met haar noodpakket banen te behouden, lonen door te betalen en faillissementen als gevolg van de corona-maatregelen te voorkomen. Maar er zal nog veel meer moeten gebeuren om te zorgen dat straks niet alsnog duizenden mkb-bedrijven omvallen, waaronder de bistro van Heleen. De wereldwijde impact van corona op de economie is gewoonweg te groot.

In zijn essay citeert Muller de Amerikaanse schrijver Neil Irwin, die op de voorpagina van de New York Times van 17 maart 2020 schreef: ‘De uitgaven van de een zijn het inkomen van de ander.’ Dat is in één zin waar het in onze diensteneconomie om draait. Onze economie komt niet goed uit deze corona-crisis als we het belang van al die diensten als horeca en kappers en tattooshops en taxichauffeurs niet voldoende op waarde weten te schatten. In de woorden van Muller: ‘Restaurants en hotels zijn de echte industriële ruggengraat, de solide infrastructuur en de echte drijfveren van de nieuwe economie. Dit is misschien wel het moment waarop we allemaal eindelijk merken en erkennen hoe belangrijk het werk, en de werknemers, in de gastvrijheid voor ons allemaal zijn.’ Ik weet al waar ik de volgende keer mijn maaltijd bestel.

Deel dit blog!

Blijf op de hoogte van alle ontwikkelingen in food